Een dochter vraagt hulp voor tuinonderhoud van haar moeder. Er moet onkruid verwijderd en van een rozenstruik moet wat gesnoeid worden. Mevrouw kan een hoge druk reiniger regelen en een heggenschaar. Haar moeder is lichamelijk niet in orde en kan zelf haar tuin niet meer bijhouden. De dochter geeft aan dat zij het helaas ook niet kan doen voor haar moeder. Broers of zussen of een ander netwerk is er niet.