Column

Column Voor Stichting HiP doen mijn man en ik zo af en toe een klusje. Stichting HiP, Hulp In Praktijk, brengt mensen met een praktische hulpvraag in contact met mensen die zich opgegeven hebben om te helpen. Meestal zijn het mensen die niemand in hun omgeving hebben om het klusje te klaren.

En dat je mensen heel blij kunt maken met een half uurtje werk, doet je zelf ook alleen maar goed. Zo kom je nog eens ergens en heb je op een verjaardag ook eens een leuk verhaal te vertellen. Zoals die ene keer toen we gevraagd werden een bureau bij een oudere dame te verplaatsen. Het was een nogal zwaar ding en onmogelijk ook maar een centimeter te verschuiven. Logisch, dacht ik. Oudere dame en bureau bij elkaar optellend. Dat moet natuurlijk een erfstuk zijn waar haar overgrootvader nog met ganzenveer en inkt aan heeft geschreven. Zo’n eikenhouten bureau met grote, zware lades waar prachtige gekrulde handvaten aan zitten. En het blad voorzien van ingelegd marmer. Of zoiets.
Zo’n loodzwaar, prachtig antiek bureau.

Maar we zijn niet voor één gat te vangen en belden enthousiast bij de dame in kwestie aan. “O, maar ik vind het heel lief dat jullie komen hoor, maar het gaat echt niet. Ik denk dat ik hem maar laat staan waar hij nu staat. Hij is gewoon niet te tillen. Echt heel lief, maar dat lukt je niet”, de laatste zin met een schuin oog naar mij kijkend. Mijn man stelde voor om eerst maar te gaan kijken. Bij de blik op het bureau keken wij elkaar glimlachend aan. Dit was geen bureau, maar een buro! Gewoon eentje van Ikea! “Nou, die pakken we wel even op hoor!” En hup, we hadden het ding al van de grond. Grote paniek in de ogen van de mevrouw. Totaal verbaasd over zoveel spierkracht voegde ze er aan toe dat we de draai in de gang absoluut niet konden maken. We moesten het maar opgeven, zei ze. Maar voordat ze het doorhad stonden we al in de gang. “Hoe is het mogelijk”, bleef ze maar herhalen. “Maar ja, nu staan jullie wel in de gang en je moet naar het andere kamertje en dat gaat niet.”

In het kamertje aangekomen, met buro en al, kon de lieve dame het niet meer aan van ellende. “O, o, nu gaat het echt niet meer, nu moet ie op zijn kant en dat lukt jullie nooit.” Nu was het kamertje erg smal en het buro moest er in de breedte in, tussen de muur en het raam in. Wel een mooie plek, vond ik. Het zou qua afmeting precies passen. Terwijl ik dat dacht, had mijn man het ding al op zijn kant. “O, o, o,” hoorde ik vanuit de gang. “Dit wordt niks”. Even draaien en tillen en het stond eindelijk op zijn plaats. Nou ja, mijn man stond nog tussen de muur en het buro. “O, o, o, ik zei toch dat het niet ging! Hoe moet dat nu? Nu sta jij daar! O,o,o! Daar kom je nooit meer achter vandaan!”
En dat was een moment waarop ik heel cynisch wilde antwoorden: “Nee, u heeft gelijk, het gaat inderdaad niet, en nu ben ik mijn man ook nog kwijt!” Maar ik hield me in en glimlachte vriendelijk “nou mevrouw, dat komt wel goed hoor!” En met een zwaai stapte mijn lieve echtgenoot over het obstakel heen. Hoera, ik had mijn man weer terug! Totaal verbouwereerd en dolgelukkig zwaaide ze ons uit: “Ik dacht echt dat het niet kon!”
Ja, we begrepen al zoiets…


Sonja de Graaff

11-10-2016